Het spijsverteringsstelsel van paarden

In Natuurlijke gezondheid paard, Natuurlijke paardenvoeding by Wanda WoltersLeave a Comment

In dit artikel vertel ik iets over de werking van het spijsverteringsstelsel bij paarden. De werking van het maag-darmstelsel is namelijk van essentieel belang voor de gezondheid van het paard. Eigenlijk begint de basis van een goede gezondheid bij een goed werkend spijsverteringsstelsel en dus bij een goede voeding.

Het spijsverteringskanaal heeft als doel het voedsel zodanig te verkleinen dat het door de darmwand opgenomen kan worden. Vandaar worden de voedseldeeltjes door het bloed getransporteerd naar alle organen en orgaanstelsels zodat deze gebruikt kunnen worden voor tal van lichaamsfuncties.

Spijsvertering van een paard

De spijsvertering begint bij de neus. De geur zet namelijk de spijsvertering in gang. De voedselbrok gaat via de slokdarm naar de maag, komt daarna via de dunne darm, de dikke darm en de blinde darm uit in de endeldarm, om uiteindelijk 35-50 uur later in de vorm van mest uitgescheiden te worden.

Tanden

Met de gevoelige lippen kan het paard zijn voedsel selecteren. Het paard gebruikt zijn snijtanden voor het afsnijden van het voedsel, waarna het voedsel verder vermalen kan worden, door de sterk ontwikkelde kiezen. Hierdoor vergroot het totale oppervlak van het voedsel, waardoor verteringssappen beter kunnen inwerken. Een goed gebit is dus essentieel voor een goed werkende spijsvertering.

Hoe langer het paard kauwt hoe meer speeksel er vrij komt. Veel ruwvoer eten stimuleert het paard tot kauwen en dus wordt er dan veel speeksel geproduceerd. Het speeksel zorgt voor een gladde voedselbrok dat makkelijk door de slokdarm glijdt en een goede zuurgraad heeft.

Maag

Het paard heeft een vrij kleine maag en kan daardoor maar kleine hoeveelheden voedsel per keer tot zich nemen. In de maag mengt het voedsel met de maagsappen, maagzuur en enzymen. Het zuur doodt bacteriën in het voedsel en het enzym pepsine verandert de structuur van de eiwitten, waardoor de eiwitten straks in de dunne darm verteerd kunnen worden.  Als het paard veel ruwvoer eet, produceert het veel speeksel. Als de maag meer speeksel bevat vermengt de voedselbrij zich beter en sneller met de maagsappen en hierdoor zal de vertering in de dunne darm ook makkelijker verlopen.

Als er te weinig gekauwd en dus weinig speeksel geproduceerd wordt, kan dit er voor zorgen dat de beschermende slijmlaag van de maagwand te dun wordt, met als gevolg dat het maagzuur in kan werken op de maagwand, wat tot maagzweren kan leiden. Het maagzuur wordt geproduceerd onafhankelijk van het voedingsaanbod.

Dus ook als er geen voedingsaanbod binnenkomt, gaat de maagzuur productie gewoon door. Als het paard dus langer dan 3 a 4 uur niet eet, gaat het maagzuur te sterk op de maagwand  inwerken wat kan leiden tot maagzweren.

Dunne darm

Hier vindt de toevoeging van verteringssappen uit de alvleesklier en gal uit de lever plaats. Eiwitten, vetten en koolhydraten worden hier afgebroken tot ze makkelijk door de darmwand opgenomen kunnen worden.

Bij een te grote opname van  krachtvoer of lente gras ineens, zal de passage in de maag te snel verlopen. Hierdoor worden bacteriën, die met het voedsel mee zijn gekomen, onvoldoende gedood door het maagzuur. Deze bacteriën in de dunne en dikke darm zorgen ervoor dat er een verhoogde melkzuurvorming ontstaat, waardoor het darm milieu te zuur wordt, met als mogelijk gevolg darmklachten.

Blinde darm en dikke darm

Dit darmgedeelte is in vergelijking tot de rest van het maag-darmstelsel heel lang en heeft dan ook een hele belangrijke functie voor het paard. Zowel de blinde als de dikke darm bevatten grote populaties van verschillende bacteriesoorten, de zogenaamde darmflora. Deze bacteriën gebruiken de cellulose in het rantsoen als energiebron. Hierbij produceren ze vluchtige vetzuren, die door de darmwand worden opgenomen en dienen als energiebron voor het paard.

Deze verschillende bacteriën zijn dus heel belangrijk voor het paard. De darmflora is erg gevoelig voor veranderingen in de samenstelling van het rantsoen. Bij veranderingen in het voeraanbod zullen bepaalde bacteriegroepen sterk gaan groeien waardoor andere bacteriegroepen juist sterven. Stervende bacteriën produceren gifstoffen die gezondheid problemen kunnen opleveren voor het paard, zoals diarree en hoefbevangenheid.

Endeldarm

In dit laatste deel van de darm vind de water resorptie plaats, hierdoor ontstaan er vrij vaste mestbalen (onverteerbare voedseldeeltjes), die via de anus uitgescheiden worden.

Symptomen die er op kunnen wijzen dat de spijsvertering niet optimaal werkt:

  1. Te dunne/waterige of juist te harde mest, slijm, bloed, wormen of onverwerkte voedingsbestanddelen in de mest.
  2. Buikpijn; paard kijkt regelmatig naar zijn buik, ligt veel, reageert gevoelig bij aanraking, singelnijd, rolt heel regelmatig, luchtzuigen, tandenknarsen, scheef lopen.
  3. Gasvorming, harde buik, winderigheid.
  4. Er is sprake van een slecht gebit.
  5. Huidproblemen, (voedsel) allergieën.
  6. Niet of weinig willen eten.
  7. Vermageren.
  8. Mentale/emotionele disbalans; chagrijnig, onrustig, agressief, apathisch, sloom, in zichzelf gekeerd, weinig energie.
  9. Verlaagde weerstand waardoor o.a. mok, schimmels, parasieten, verkoudheden, hoesten, rainrot, rotstraal etc. kunnen ontstaan.
  10. Doffe vacht.

Hoe kun je spijsverteringsproblemen bij paarden voorkomen?

  1. Geef onbeperkt of bijna onbeperkt ruwvoer van een goede kwaliteit, dus langstengelig, grof hooi zonder schimmels of stof. Of een goede kwaliteit gras. Paarden mogen niet langer dan 4 uur zonder ruwvoer staan. Gebruik bijvoorbeeld een slowfeeder om het paard langer over zijn ruwvoer te laten doen.
  2. Geef niet te veel krachtvoer.
  3. Wees voorzichtig met plotselinge voerovergangen.

Wat als je paard ondanks bovenstaande punten toch last blijft houden van spijsverteringsproblemen?

Aarzel dan niet om een professional in te schakelen, zodat er die middelen en acties ondernomen kunnen worden, die er voor zorgen dat het spijsverteringsstelsel weer in balans kan komen.

Voorbeelden van maatregelen:

  1. Verlagen van stressfactoren.
  2. Toedienen van een probiotica.
  3. Zorgen dat de pH in de darmen weer neutraal wordt.
  4. Herstellen van de maag-darmslijmvliezen.
  5. Specifieke voedingsadviezen.

Een goed werkende spijsvertering begint echter bij het voldoende aanbieden van een goede kwaliteit ruwvoer. En een goede, evenwichtige bij het paard passende voeding, zorgt voor een evenwichtige spijsvertering en een optimale gezondheid.

Auteur: Wanda Wolters, Vitality4Animals

Afbeelding: Brenda Timmermans

Leave a Comment